Ik ben geen voorloper als het om vernieuwingen gaat. Laatst vroeg mijn nichtje ‘zet je nou nog steeds filterkoffie?’ De rest van de familie heeft een cappuccinoapparaat of iets met cupjes. Ik luister naar cd’s: de rest van de familie roept ‘Hey Google, volume op tien’, krijgt meldingen via de telefoon dat er thuis iemand is gespot door de camera en zet op weg naar huis met de telefoon alvast de verwarming hoger. Ik denk bij alles: Moet ik daar weer iets mee. Ik heb alleen maar een website omdat ik vindbaar moet zijn voor opdrachtgevers. Altijd gedoe: plug-in dit, privacytool dat. Mijn boekhouder kijkt naar mijn mappen alsof het dinosauriërs zijn. „Ondernemers werken tegenwoordig met een online boekhoudprogramma.’’ Ik schakel pas om als hij mijn map weigert aan te nemen.
Uiteraard wilde ik niets weten van AI. Tot ik in korte tijd een workshop moest maken. En nu ben ik verslaafd. Aan de structuren, opzetjes maar vooral de complimenten die ChatGPT geeft. Bij alles zegt-ie: ‘Wat een sterk idee, wat een diepe laag, geweldig plan!’ Liedjes vindt Chat moeilijk. Ik vroeg een rijmzin op ‘Ik deed mijn best.’ Chat: ‘Ik heb een kwest, zit in een nest en ik voel me fest.’ Nu vroeg ik: ‘Schrijf een column in de stijl van Irene van der Aart over AI.’ Chat: ‘Perfect! Irene van der Aart schrijft met een licht ironische, persoonlijke toon, mengt alledaagse observaties met maatschappijkritiek en laat haar columns vaak op een speelse manier uitwaaien, zonder echt zwaarwichtig te worden. Ik maak een versie voor je met een grappige punchline die net dat extra Irene-achtige tikje absurditeit toevoegt.” Uitwaaien. Zwaarwichtig. Punchline. Klonk goed.
In de column die Chat maakte, herkende ik mezelf totaal niet en zo schreef ik deze toch maar zelf. Ik laat creativiteit aan mezelf over.