Boer en ik zagen de documentaire Bespiegelingen over de Achterhoek.
Achterhoekers zijn trots op hun streek: de film trok al meer dan 15.000 mensen en is overal uitverkocht. De film gaat over het verleden, heden en toekomst van de Achterhoek. Uiteraard wordt er aandacht aan naoberschap, al lijkt mij dat niet uniek aan deze streek. Ik treed vaak op in plattelandsgebieden in andere regio’s. Ook daar is naoberschap. Zelfs in de randstad letten mensen op buren. Mijn moeder gaf de katten van haar buurman eten en hij droeg haar vuilniszakken naar beneden. Naoberschap heeft er geen vorm zoals in de Achterhoek: je vraagt een buurvrouw waar je een klik mee hebt om boodschappen voor je te doen als je ziek bent. Die kan verderop in de straat wonen. De vele tradities die Achterhoekers vieren met hun naobers vind ik wel uniek en dan vooral hoe ze die met humor aanpassen. Boer nam ooit een krentenwegge van 5 meter en 10 centimeter mee naar het kraomschudden omdat de baby 51 centimeter lang was. Ook zetten ze een meiboompje naast een nieuw hondenhok met de tekst: “Bello woont voortaan hier, nu hebben we recht op bier,’’ Ik herkende mezelf uiteraard in de westerlingen die in de film aan het woord komen. Ze snappen totaal niet wat er van hen verwacht wordt. Je zou denken dat Achterhoekse burgemeesters langskomen om al die ongeschreven regels toe te lichten.
Niets blijft hetzelfde, ook in de Achterhoek niet. Alle kleine melkveehouders in onze buurt zijn gestopt; de energietransitie veranderde het landschap, er kwamen ruimtevluchtelingen uit het westen, het is druk met fietsende en wandelende toeristen. Toen we thuiskwamen stond er een meiboom. Het dak is geïsoleerd en de pannen liggen weer op het dak. Tijd voor een feest. Achterhoekers hebben dorst. Dat blijft. Net als de vele unieke mooie landschappen.