Toen ik Boer ontmoette, wist ik niet hoe mijn leven zou veranderen. Ik woonde prima in Amsterdam met familie en vrienden in de buurt. Voor werk reisde ik door het land, maar het meeste speelde zich af in het westen. We konden alleen een relatie opbouwen als ik zijn kant op zou bewegen, naar de Achterhoek. Koeien melken moest zeven dagen per week en twee keer per dag gebeuren. Wist ik veel.
Ik woon inmiddels op de boerderij, maar heb mijn kamer in Amsterdam aangehouden. De files zijn zo toegenomen dat ik veel werk niet meer kan aannemen als ik niet vanuit Amsterdam vertrek. Aanvragen voor mijn jeugdtheatergroep en bedrijfscabaret komen meestal uit de Randstad. Mijn wereldmuziekgroep in Amsterdam gaf ik op omdat het reizen me te veel werd. Omdat ik zingen in een groep mis, werd ik onlangs lid van een platform voor zangers. Ik zocht naar groep op projectbasis in het oosten van het land. Ik heb een te onregelmatig leven om elke week op repetities te verschijnen. Ik stuitte op het Amsterdams Kerstkoor dat jaarlijks in december optredens verzorgt. Toch weer in het westen. Dankzij een fantastisch muziekprogramma (leve de onlinewereld) kan ik op de boerderij in korte tijd mijn altpartijen instuderen. In zes liverepetities worden we klaargestoomd voor de concerten. Zo sta ik na twintig jaar weer tussen Amsterdammers te zingen. De dirigente (met Achterhoekse roots) corrigeert de rasechte Amsterdammers op hun dikke L door het te overdrijven: “Jullie zingen NooweLL, NooweLL. Het moet op zijn Frans met een lichte tongpunt L: no-el.” Nou komt het woord Noël nogal vaak voor in kerstrepertoire, dus ik lach me rot. We zingen ook een Oekraïens kerstlied. Een koorlid spreekt de taal en helpt met de uitspraak. “Pie-troe-sie-La. De L spreek je in het Oekraïens heel vet uit.”
Mogen de Amsterdammers toch een keer losgaan.