Omdat onze reis naar Zuid-Afrika niet doorging vanwege de problemen op Schiphol, zochten we een andere vakantiebestemming. We waren klaar met luchthavens, dus gingen we met de trein naar Parijs om de gerenoveerde Notre-Dame te zien na de brand in 2019. In januari durfde ik dit aan. Ik schrok de laatste keer zo van de toeristenmassa’s, dat ik er niet meer heen wilde.

In mijn jeugd bracht ik de zomervakanties in Frankrijk door. Mijn vader was Francofiel. Vandaar. We kwamen in de jaren ’70 zelden andere Nederlanders tegen. We keken naar de Tour de France tussen de Fransen. Zonder campers. Op de Alpe d’Huez fietste Joop Zoetemelk voorbij. We riepen ‘Hup Joop,’ hij keek verbaasd om en zei ‘Hoi’ terug. Nederlandse fans. Het was me wat. We maakten regelmatig een tussenstop in Parijs, parkeerden onder de Eiffeltoren, liepen naar boven en reden verder. Je kunt er inmiddels niet meer onderdoor lopen: je moet eerst flink wat betalen.  Je tassen en jijzelf worden gecontroleerd, net als bij de meeste andere toeristische trekpleisters en er is beveiliging aanwezig. Een vriendin was in oktober in Parijs, zag lange rijen voor de Eiffeltoren en gaf het op.

Ik ben blij dat ik dankzij mijn ouders Frankrijk vijftig jaar geleden leerde kennen: ik kom vanwege de drukte nooit meer in de schitterende Provence, Languedoc of Dordogne.

In Parijs knapte ik ontzettend op van de hele dag Frans horen: het blijft mijn favoriete taal. Fransen spreken zachter dan wij: ook zo fijn. En van klassieke beleefde obers (wit overhemd, zwart giletje en strikje) word ik blij. We konden de Notre Dame zo inlopen en in musea was het redelijk rustig. Leve het laagseizoen.

Op de terugweg, in een Nederlandse trein zagen we tassen op stoelen, hoorden we luid bellende mensen en een omroepbericht: “Zoals u ziet is de trein vol. Haal uw tas van de stoel naast u en wees lief voor elkaar.”

Dat is hier kennelijk nodig, Ik moest denken aan mijn pa. Hij vond het onbeschoft als Nederlanders zeiden: “Mooi land Frankrijk, jammer dat er Fransen wonen.’’

“Wat zouden wij vinden als toeristen zeiden: “Mooi land Nederland, jammer dat er Nederlanders wonen? Rot op naar huis?” Dat op z’n minst. Maar goed dat hij niet weet dat we treinpersoneel tegenwoordig mishandelen of met vuurwerk aanvallen.