Zondag waren we met de treinclub op pad. Het oorspronkelijke doel was twee keer per jaar te treinen naar Duitsland om industrieel erfgoed in het Ruhrgebied te bezichtigen, zoals Zeche Zollverein in Essen. Inmiddels reizen we op zoek naar geschiedenis verder Duitsland in. Zo belandden we in het Haus der Geschichte in Bonn.

Het museum vertelt het verhaal van de Bondsrepubliek Duitsland en de DDR na 1945. Het is een indrukwekkend museum, maar vrolijk word je er niet van. WOII ging over in de Koude Oorlog en we zitten alweer volop in andere ijskoude oorlogen. De mensheid leert niets van de geschiedenis. Een lichtpunt is de eenwording en het feit dat het Duitsland lukte vertrouwen in Europa terug te winnen.

Ik zag op tegen de treinreis vanwege mijn slechte ervaringen met Deutsche Bahn. Afgelopen zomer bereikte de DB een dieptepunt: slechts 56 procent van de langeafstandstreinen reed op tijd, uitgevallen treinen niet meegerekend. DB kampt met een vervallen en overbelaste infrastructuur. De regering investeert miljarden in het spoor. Het toverwoord is Generalsanierung, niet langer pleisters plakken, maar alles vernieuwen. Dat gaat helaas tijd kosten.

Onlangs strandde onze ICE naar Straatsburg (Boer haalt me steeds over om met de ICE te reizen. Hij paaide me dit keer met een 1e klas ticket.) Ik kan door mijn anti- Duitse opvoeding niet veel hebben van Duitse treinen. Er schiet altijd door mijn hoofd:De treinen naar de concentratiekampen waren wel pünktlich.’

Deze nare gedachte was niets vergeleken met het gescheld van de Duitsers zelf. Waarbij ‘Scheiße Firma’ het aardigste scheldwoord was dat ik hoorde. Het positieve is dat de DB altijd gratis koffie aanbiedt en binnen twee weken geld op je rekening stort. Zondag liep alles vlekkeloos. Geen enkele vertraging. Een lichtpuntje in duistere tijden.