Ik begeleidde een groep Engelse Agrariërs door ons land. Als je met buitenlandse boeren door Nederland reist, weet je dat er vragen komen ove polders. We bezochten de bloemenveiling in Aalsmeer (Haarlemmermeerpolder), een melkveebedrijf in de Beemster(polder) en reden rond in Flevoland (de grootste polders ter wereld) met zeer vruchtbare landbouwgrond. De uitspraak van de Franse filosoof Descartes “God schiep de aarde, behalve Nederland. Dat liet hij aan de Hollanders over’, kennen ze allemaal. Het is voor buitenlanders moeilijk voor te stellen dat ons land voor 26% onder de zeespiegel ligt. Zonder de voortdurende inspanningen van onze waterschappen zouden veel delen van ons land onbewoonbaar zijn. Circa 5.000 gemalen pompen water uit het land, zodat wij droge voeten houden. Sluizen en stuwen verdelen water en helpen water vast te houden bij droogte en water af te voeren bij hoogwater. Dijken, duinen en dammen beschermen ons land tegen water van zee, meren en rivieren. We hebben grote uitdagingen: het weghalen van water zorgt ervoor dat de bodem daalt, wat ons land nog kwetsbaarder maakt voor overstromingen. Bodemdaling heeft grote gevolgen voor woningbouw, landbouw en de natuur. De opwarming van de aarde, droogte en de zeespiegelstijging vormen een groeiende bedreiging. Hoe sneller de zeespiegel stijgt, hoe harder het waterschap moet pompen, hoe sneller de bodem daalt.
De Engelse boeren zijn diep onder de indruk van ons watermanagement, meer dan wij zelf denk ik. We zijn eraan gewend dat ons land maakbaar is. Maar we staan voor grote uitdagingen en kosten om waterkeringen te versterken en nieuwe dijken aan te leggen. Wie gaat dat betalen? Zijn we bereid offers te maken die we voelen in onze eigen portemonnee? Ik vrees van niet. Wie dan leeft… en na ons de zondvloed.