Er is een lichtpunt in boerenland. Na jarenlange lobby van Nederlandse kabinetten en landbouwministers stemde de EU in met het toestaan van Renure: boeren mogen dierlijke mest omzetten naar een kunstmestvervanger. Een van de laatste dingen die Rutte deed als premier: een brief schrijven naar de Europese Commissie: ‘Renure is een duidelijke win-winsituatie voor boeren, het klimaat en het milieu’, en ‘Wij zijn ervan overtuigd dat Renure een praktische en concrete oplossing biedt die de groene transitie en boeren kan helpen’. Boeren kwamen door het afschaffen van de mestderogatie, (waardoor Nederlandse boeren niet langer meer mest mogen uitrijden dan EU-collega’s) in de problemen. Velen kampen nu met een mestoverschot en maken hoge kosten om mest af te voeren. Ze kopen kunstmest om de productie op peil te houden. ‘Dan produceren ze maar minder,’ hoor je zeggen. (Wat al zo is.) Maar daar zijn consumenten niet aan toe. We klagen nu al steen en been over de gestegen voedselprijzen. Renure is een gedeeltelijke oplossing voor het mestoverschot. Een tweede voordeel van Renure is dat boeren minder kunstmest hoeven te importeren uit Rusland. Daar wil de EU vanaf. Ook kost produceren van kunstmest veel energie en is het niet duurzaam. Steeds meer boeren hebben een eigen energievoorziening op het erf. Een belangrijke voorwaarde is dat het gebruik van Renure niet mag leiden tot extra dierlijke mest. Ook daar wordt aan gewerkt. De maatregelen om de stikstofuitstoot terug te brengen, hebben effect. De krimp van de veestapel zet door. In 2030 zal er nog eens zo’n 18 procent minder vee zijn. Er zijn haken en ogen: het bewerken van dierlijke mest is duur. Kosten voor mestscheider en ammoniakstripper: 200.000 euro. Dat had Boer met zijn dertig melkkoeien niet onder het matras liggen.
- Bericht gepubliceerd op:23 september 2025