Ik reis veel door het land voor cabaret- op- maatvoorstellingen in opdracht van organisaties en bedrijven. Deze voorstellingen zijn grotendeels geïmproviseerd. Het geeft een kick als je met hulp van het publiek ter plekke scènes en liedjes maakt, de juiste snaar raakt, het publiek meekrijgt en als mijn collega’s en ik topscherp zijn. Omdat deze opdrachten best spannend zijn, is het fijn om tussendoor dingen te doen waarvan ik weet wat wel werkt en wat niet. Zo presenteer ik al jaren voorleeswedstrijden, een jaarlijkse leesbevorderingscampagne voor groepen 7 en 8 in het basisonderwijs. Alles in de hoop kinderen aan het lezen te krijgen en houden.
Net als ik denk: kom ik weer aan met mijn ‘preek van de week’ over het belang van lezen, gebeurt er iets onverwachts. Zo vertelde ik laatst dat onderzoek uitwijst dat (voor)lezen stress vermindert. ‘Het woord ‘zen’ zit erin, leZEN’, riep een leerkracht. Mooie vondst. Die houd ik erin. Ook had ik een maf gesprekje met een voorlezer. ‘Wat voor boeken lees je graag?’ ‘Ik lees nooit, ik houd niet van lezen.’ ‘Wel van voorlezen gelukkig.’ ‘Neuh.’ ‘Waarom doe je dan mee aan deze wedstrijd?’ ‘Omdat ik wil winnen.’ ‘Of ben je gedwongen door je juf?’ ‘Ja, dat ook.’ Vooral volwassenen moesten lachen om deze schaamteloze eerlijkheid.
De dag daarna speelde ik voor de zoveelste keer mijn cabaretprogramma De boer op, over verschillen tussen mijn Amsterdamse leven en het Achterhoekse platteland. Ik gooide ‘Het hipste in Amsterdam is tegenwoordig de vrouwvriendelijke pornowinkel. Hebben jullie die in Valburg ook?’ er maar weer eens in. Meestal volgt er gelach. ‘Bij ons zit dat in de potstal’, reageerde een dame in het publiek ‘Waarom denk je dat ons multifunctionele centrum ’t Knooppunt heet’, riep een ander. Ze stalen de show. Dankzij mijn publiek blijf ik fris.