Het afkicken van de warme temperaturen in Egypte ging goed dankzij de Olympische Spelen.  Het is de perfecte afleiding van miezerige dagen. In plaats van zelf naar de sportschool te gaan kijken hoe anderen zich inspannen.Vooral Biatlon hield me nogal bezig: atleten leggen een langlaufparcours af met een geweer op de rug en schieten tussendoor op doelen. Voor elke gemiste schijf moet de biatleet een extra rondje van 150 meter skiën op een speciale straflus.

Best zielig. Dat kan leuker. In plaats van een schietschijf komen er knuffelberen op een band voorbij. Tien punten per geschoten beer. Onderweg springen de atleten met ski’s en al op een paard, terwijl ze kleiduiven uit de lucht schieten. Als straf: een parcours van spijkerpoepen, koekhappen en zaklopen met ski’s.

Curling was topvermaak. De combinatie van dat bloedfanatieke, schuivend boenen op het ijs, absurde glijbewegingen en schreeuwinstructies (‘hurry’ en ‘whoa!!’) is onbetaalbaar. Dat harde vegen met borstels ziet eruit als een wanhopige poging om vlekken uit het ijs te poetsen.

Met ijshockeyers kreeg ik bijna medelijden. Vechten werd zwaarder bestraft dan ‘normaal.’ Vechten is kennelijk in Noord-Amerikaanse ijshockeycompetities vaste prik en onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Het gebeurt voor 99 procent met wederzijdse toestemming. Als je niet wilt vechten, draai je je om. ‘Ik sla je in elkaar, goed?’ ‘Liever niet. Vorige week is mijn linkeroor gescheurd.’

Vechten hoort niet bij de olympische gedachte (bevorderen van een vreedzamere wereld door sport zonder discriminatie), vandaar dat het bij vechtpartijtjes bleef. Discriminatie lijkt me geen issue in ijshockey. Ze slaan iedereen in elkaar: niet alleen kleurlingen. Ik ga de schaatscommentatoren missen: ‘Nu komt Jutta, die kan rondjes rijden.’ (De rest schaatst vierkanten, achtjes of ovalen?) ‘En nu vlak naar huis rijden!’ (dus niet via de bergen?eerst finishen? ouderlijk huis?)

Aan wie moet ik me nu ergeren.  Zelf rondjes rennen dan maar.