Voor Boer begint het voorjaar pas echt als hij de koekoek hoort. Dus gaan we dus op zoek, vooral op broeierige dagen in een waterrijke omgeving. Vrienden geven door waar zij de vogel hoorden en sturen audio-opnames door.

Zo hoorden we de koekoek al een paar keer. Boer krijgt er geen genoeg van: we blíjven het beest zoeken. Hij staat voortdurend stil op een wandelpad, steekt zijn vinger in de lucht en roept ssssst! Zondag, in het Haaksbergerveen, sloegen na vijf minuten wandelen alle koekoeken tegelijk aan. Sterker nog, ze hielden niet meer op met roepen. Het klonk competitief, alsof het een wedstrijd is wie het best, langst en hardst kan koekoeken zonder adem te halen.

Eerlijk gezegd vind ik het nogal narcistisch: wat is er eigenlijk leuk aan iemand die honderd keer achter elkaar zijn eigen naam roept? Dat moest ik eens doen: IRENE! IRENE! IRENE! Dat pikt niemand. Zo’n sympathieke vogel is het niet. De koekoek wil wel kinderen maar er niet voor zorgen. Ze legt voor het gemak haar eieren in het nest bij kleinere vogels: uiteraard niet in het nest bij een gemeen kijkende buizerd. Oh, ja, ze schopt eerst de kinderen van die kleinere vogel uit het nest. De adoptieouders brengen de koekoekkuikens groot. Logisch dat het beest tijd overhoudt om lang te koekoeken. Terwijl Boer praatjes maakt met vogelaars (zoals de man die op de grond rondtijgerde om met een verrekijker vogels te bespieden) probeer ik met mijn vogelapp vogels te determineren. De app identificeerde onder andere de koekoek, een Wielewaal en een Grauwe gans. Ik test ook of de app doorheeft als hij wordt gefopt.  AI trapt niet in mijn imitaties (vrij briljant dacht ik) van een pauw en een kalkoen: ‘Niet identificeerbaar.’ Mijn koekoekimitatie is goed.   Zal wel komen omdat ik die zo vaak heb gehoord inmiddels. Ik werd geïdentificeerd als Common Cuckoo.