Ik reis met mijn jeugdtheatergroep door het land vanwege de Kinderboekenweek. We spelen op scholen en in bibliotheken.
Godzijdank is de kaalslag onder bibliotheken voorbij: overheden kregen door dat bezuinigen en sluiting van filialen geen goed idee was. Bibliotheken bloeien weer en hebben meer leden, uitleningen en bezoekers dan jaren het geval was. Wel is de branche in transitie: de bieb wordt steeds meer een gemengd bedrijf. Bibliotheken organiseren taalcursussen, voorleesmiddagen, bijeenkomsten over gezondheid, vrijwilligerswerk, duurzaamheid, computertrainingen en hebben een informatiepunt Digitale Overheid. Medewerkers geven les op scholen over mediawijsheid, zetten leesclubs op, lezingen, exposities, films, concerten, stadswandelingen, workshops en voorstellingen. Bibliotheken kregen een centrale plek in de samenleving. Er komen mensen om te studeren en werken.
Ik loop graag een bibliotheek binnen om er kranten en tijdschriften te lezen. Ik zie mensen praatjes maken met elkaar. Veel bibliotheken hebben gezellige, betaalbare lunchplekken en goede koffie. Ik zat als kind wekelijks in de bieb en las veel. Ik werd niet afgeleid door een mobieltje. Ik keek Swiebertje en Hamelen. Dat was het met de schermtijd. Lezen heeft me veel opgeleverd. Al wist ik dat vroeger niet. Neurowetenschappers ontdekken steeds meer positieve effecten van lezen. Het vergroot de woordenschat, stimuleert begrijpend lezen, verbetert het concentratievermogen, vermindert stress en zorgt voor meer empathie. Lezers vergaren kennis, leggen verbanden en kunnen informatie beter analyseren.
Ik hoop dat ik me vergis, maar ik kan me niet voorstellen dat neurowetenschappers er over vijftig jaar achterkomen dat ons mobiele telefoongebruik veel positieve effecten heeft.