Ik begeleid een agrarische reis door Zweden en Denemarken. We bezoeken boerenbedrijven, zoals een Nederlandse tomatenkweker in Zweden en een melkveehouder met Achterhoeks roots in Denemarken.

Steeds meer Nederlandse boeren emigreren naar deze landen. Redenen: gebrek aan waardering hier, veel lagere grondprijzen, ruimte, minder regels en meer duidelijkheid in beleid. In Denemarken weten boeren nu al waar ze tot 2034 naartoe moeten werken. Zweden is extra aantrekkelijk omdat er een tekort is aan melk en het in een onstabiele wereld  belangrijker wordt om zelfvoorzienend te zijn. Nederlandse boeren zijn erg welkom.

Emigratie is van alle tijden. Na de Tweede Wereldoorlog (tot 1992) emigreerden drie miljoen Nederlanders. Nederland lag in puin, er was woningnood, angst voor een nieuwe oorlog, werkloosheid en voedseltekort. De overheid zette vol in op de emigratiegedachte en bracht propagandistische publicaties en films uit, die werden vertoond in bioscopen en dorpshuizen. Met slogans als: ‘Verwerven van levensgeluk: Dat is emigreren!’ Deze films lieten een zonnig, geïdealiseerd beeld zien van het boerenleven in bijvoorbeeld Canada met eindeloze akkers. Premier Drees in 1950: ‘Een deel van ons volk moet het aandurven zijn toekomst te zoeken in grotere gebieden dan eigen land’. Koningin Juliana in de troonrede van dat jaar: ‘De snelle bevolkingsgroei en beperkte oppervlakte beschikbare grond vereisen een krachtdadige bevordering van de emigratie.’ Veel boeren vertrokken toen naar Australië, Nieuw-Zeeland, Brazilië en Canada. Uit recent onderzoek blijkt dat 19% van de Nederlandse boeren aan emigratie denkt. Ik hoop dat er genoeg overblijven. Boeren zijn essentieel voor onze voedselzekerheid en we consumeren ons, ondanks hogere (voedsel)prijzen, nog steeds te pletter in ons land.