Ik schreef eerder dat ik me had voorgenomen om geen tijd meer te verspillen aan lang nadenken over taal. Dat is mislukt. Ik zag een pak sinaasappelsap staan waarop stond professioneel en was verloren. (bestaan er ook amateursinaasappels?) Ik zag die vruchten al in net maatpak bij een sollicitatiegesprek zitten. Een ander plan was om niet meer in situaties terecht te komen waarvan vrienden zeggen: “Typisch iets voor Irene.”
Ook mislukt.
Als een goede Nederlander let ik op de koopjes. Dan zit je in januari goed. Ik kocht hemden, sokken, onderbroeken in de uitverkoop. Het alarm ging af toen ik de HEMA uitliep. Ik schrok me kapot: ik ga er altijd vanuit dat ik iets verkeerd heb gedaan. Ik liep terug, de winkel in, en wachtte op winkelpersoneel of een beveiliger die op het alarm zou afkomen. Als ik dan per ongeluk heb gestolen, kan ik het uitleggen. Een bewuste dief gaat rennen. Intussen keek ik op de bon of ik bij de zelfscankassa echt alles had afgerekend. 1+1 gratis. Misschien was daar wat misgegaan? Dat was niet het geval. Er kwam niemand op het alarm af, dus verliet ik het pand.
Op straat viel het me op dat mensen die me inhaalden omkeken en lachten. Ik heb een leuke nieuwe jas dus dat moest de reden zijn. Een vrouw hielp me uit de droom: “Er hangen onderbroeken aan uw sjaal.” Ik keek over mijn schouder en zag inderdaad een hangertje met drie strings: paars, roze en tijgerprint. Maatje Extra Small. Dat setje was kennelijk tijdens het winkelen aan me gaan hangen. Dat doen onderbroeken nu eenmaal bij mensen als ik.
Om me heen verzamelden zich lachende mensen. Ik lachte maar mee, wat moet je anders, en zei: “Ik zou willen dat ze pasten,’’ en “Ik loop expres zo rond om mezelf eraan te herinneren dat ik moet afvallen.” “Hoe kun je dat nou niet doorhebben?’’ vroeg een jongedame zich af.
Nou beste mensen: ik kan dat. Ieder z’n talent.