Elk jaar verheugen we ons op kersen uit eigen boom. En leveren we mens- tot- vogelgevechten. Boers opa probeerde met blikken aan touwen vogels te verjagen. Hij zette de wekker om 5 uur en trok vanuit bed aan de touwen. Vogels zijn harstikke leuk maar behoorlijk opdringerig. Het zijn geen types die denken: “Ach, we laten de laaghangende kersen over aan Boer en zijn vrouwtje. Het is een hoogstamboom: halsbrekende toeren uithalen op een ladder om netten op te hangen gaat te ver op onze leeftijd.
De digitale vogelverschrikker leek de oplossing. Om de tien minuten komt er vogelgekrijs uit de geluidsbox. Het werkte even maar vogels zijn te slim om lang te foppen: op dag twee vliegen ze voor de beleefdheid weg na een buizerdkrijs en draaien zich op het maisland warm voor de volgende aanval. Vorig jaar kocht ik bijna Scarey Man: een knalapparaat dat elke 18 minuten opblaast en geluid maakt. “Denk aan de omwonenden,” stond in de bijsluiter. Toch maar niet gedaan. Straks zijn de vogels weg, maar komen boze buren met hooivorken op het erf vanwege het geknal.
Afijn, als we jaarlijks een paar schaaltjes kersen kunnen plukken is het veel. Dit jaar zetten we ons schrap toen de kersen rijp waren. Maar de vogels bleven weg. Slechts een paar spreeuwen pikten kersjes mee. Waar bleef de rest? Boers theorie: ze spraken onderling af niks door te vertellen aan de anderen, of ze gaven het verkeerde adres door. We konden zes dagen achter elkaar ongestoord kersen plukken. Kennelijk heeft een van de vogels gelekt of is gesnapt met een rode snavel. Gisteren kwamen er ineens zo’n vijftig spreeuwen aangekrijst.
Binnen een uur was de boom leeg. De spreeuwen zijn vertrokken. Die liggen ergens uit te buiken. Duizenden kersen naar binnen proppen in een uur tijd gaat je niet in de kouwe veren zitten.